Javaansche Woordenlijst

B 795,662[ 2 ]

JAVAANSCHE WOORDENLIJST


bevattende woorden in Midden-Java in gebruik vergeleken met bet Javaansch in de residentie Soerakarta,


VERZAMELD DOOR

H. A. DE NOOY,

MET BIJSTAND VAN

MAS PADMASOESASTRA.




’S GRAVENHAGE,
MARTINUS NIJHOFF.
1893.

[ 3 ]

VOORBERIGHT.

_____


De Javaansche woordenlijst, welke hier aangeboden wordt, geeft een aantal woorden aan, welke buiten de residentie Soerakarta gebruikt worden, hetzij met verschil van beteekenis dan wel die te Soerakarta niet bekend zijn.

Moge deze verzameling iets bijdragen tot meerdere kennis der Javaansche taal.


's Gravenhage, Januari 1893

H. A. de Nooy.



Tot toelichting der correctic mogo het volgende dienen:

De auteur, de heer de Nooy, heeft de eerste zes vellen zelf kunnen corrigeeren. Naar Indië terug gekeerd heeft bij die taak aan anderen moeten overlaten. Ziju ambigenoot, de heer Bertsch, bezorgde vel 7 en 8; na diens vertrek de ondergeteekende het resteerende gedeelte.

De heer Bertsch heeft zieh in hoofdzaak aan de kopy gehouden, zoo ook ik, wat den vorm betreft: alleen heb ik het storende nganggo voor “men gebruikt” veranderd in ana of ana sing nganggo: en met den heer B. heb ik de hier en daar voorkomende [ 4 ]vraag: těmboeng loro ikoe ěndi kang běněr? niet opgenomen.

Doch wat het wezen betreft, heb ik mij, in overleg met mijn collega Kern, op een ander standpunt geplaatst. Als bestoorslid toch van het Instituut, heb ik geen vrijheid gevonden datgene op te nemen, wat reeds in de laatste editie van het Jav-Ned. Handwoordenboek te vinden is. Het is in aller belang, dat een geschrift niet omvangrijker wordt dan noodig. Buitendien mag het overbodig, om niet te zeggen verkeerd, heeten enkele woorden met een opene ů op te geven als gebruikt wordende met den klank a in een enkel district of afdeeling, terwijl het de algemeene uitspraak is voor een groot gedeelte van Java. Tot de overbekende verschijnselen behoort ook de verwisseling van de i en e of de oe en o in gesloten lettergrepen Heeft dit feit alleen plaats bv. bij poetih en poetèh of djawoeh en djawoh, en nog wel alleen in dit of dat district of regentschap?

En waartoe opgenomen enkele woorden met de neusletter gesloten of weggelaten in de voorlaatste lettergreep, terwijl Javanen ad libitum bij alle woorden in dat geval de neusletter gebruiken of weglaten?

Een enkele maal heb ik een woord behouden, ook al was het in het Hd. Wdbk. reeds voldoende verklaard, wanueer een bijgevoegd voorbeeld zich wegens het typisch-Javaansche aanbeval of tot beter verstand van het spraakgebruik kon dienstig zijn. Zoo bv. bij besoewěl. Dit woord komt reeds in het Wdb. voor, doch bij het gegeven voorbeeld worden analoge uitdrukkingen aangehaald, die ook wel in het Wdb. verspreid, maar niet onder eén hoofd te vinden zijn.

Bij verschil in opgave van beteekenis is naar het Wdb. verwezen of ook wel op de autoriteit van ms. W. (het Woordenboek van den heer Wilkens in handschrift) een beroep gedaan.

Van de etymologieën (van den javaanschen medewerker?) zijn er wellicht enkele (zij het dan ala curiosa) door de zeef gegaan, doch de snakerij, waarbij oḍak (bekende bijvorm van orak of ora) [ 5 ]wordt voorgesteld als samentrekking van ol en tiadak zou ik niet hebben durven opnemen.

Toch bevat ook het door mij gecorrigeerde gedeelte menige opgave, waarvoor ik mij niet verantwoordelijk zou willen stellen. Want het is en blijift het werk van den auteur, die de beoefenaars van het Javaansch door deze lexicologische bijdrage outegenzeggelijk aan zich verplicht heeft.


Leiden, November 1893.A. C. Vreede.





_______